Vijftien, was ik, voor het eerst kamperen.
Raar genoeg, met een vriendje.
Onder het mom van vissen, scholletjes
Uit het water sleuren.
Wij waren beiden,
Enkel, alleen, van huis verstoten,
Naar de Zeeuwse klei getrokken.
Pokkeweer, dat was het, en
Onder meer twee weken
Langdurige regen.
De tent lekte,
En we vingen niks,
Raar genoeg...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten